De moderne jungle

In een, uit de kluiten gewassen, boerderij staat een groot bos van touw en kunststof. Kinderen slingeren als apen door de touwen. Via een steile glijbaan vallen ze in de ballenbak. In een grote aangrenzend loods staat nog zo’n gevaarte van touwen. Bovenin zijn enorme trampolines. Bezweette kinderen springen op en neer. In het midden van de klimtoren is een vierkante ballenbak. Met kanonnen aan de zijkant kunnen ballen worden afgeschoten.

Het is een moderne jungle. Kinderen buitelen over elkaar heen. Duwen elkaar van de trampolines en beschieten elkaar met de ballen. Gaat dit laatste niet hard genoeg, dan gooien ze de ballen en mikken doelbewust op de vijand. Even verderop een knokpartijtje tussen oververhit geraakte jongens. Meisjes trekken elkaar aan de haren en schreeuwen de hun longen uit hun lijven.

Met de benen buiten. Zo druk is het in de overdekte speelparadijs. Ze doen goede zaken nu de zomer het laat afweten. Ouders zijn hun kroost thuis helemaal zat en willen graag wat rust. Of ze willen wat bijpraten met opa en oma en laten hun jong even uitrazen.

Onder het genot van kilo’s bitterballen en andere vette herrie raken we weer helemaal op de hoogte van het wel en wee van de familie.

‘Attentie, attentie, wil Dakota (I kind you not!) naar de tafel van mama komen?’ En daar zie je het beste kind vliegen. ‘Dames en heren mag ik uw aandacht alsjeblieft? Bij mij is een klein jongetje met blonde krulletjes en een groen t-shirtje. Hij is zijn moeder kwijt. Hij kan opgehaald worden bij de entree.’ En voor de derde keer zie je de moeder geïrriteerd het snotjong, dat telkens wegloopt, ophalen.

Ik ben bij binnenkomst in het achterste hoekje gekropen. Probeer me wat af te sluiten voor de omgeving. Jankende kinderen, vet en bier consumerende ouders en de doordringende stank van poepluiers. Plekken als deze vind ik een hel en zoek er eigenlijk maar sporadisch mijn toevlucht. Het gaat een hele tijd goed. Ik kan me enkele uren aan het hele gebeuren onttrekken.

Dan komt kind nummer drie huilend aangerend. In zijn kielzog zijn twee broers. Hij is geslagen, maar zijn oudste broer heeft hem geholpen.  “Heb jij dan ook gevochten?’”, vraag ik ietwat benauwd. “Ja, hee, ik laat mijn kleine broertje toch niet in elkaar timmeren?’ Beetje trots ben ik stiekem wel, sorry. Maar ik weet het nu zeker. Mijn kinderen overleven deze moderne jungle beter dan hun moeder.

2010

Lees meer

  • De Vlucht

    “Kom meisje, word wakker! We moeten nu gaan. Kijk, ik heb hier je jas.” Het is midden in de nacht. Buiten is het aardedonker en koud. Mijn moeder is [...]

  • De reis

    Een gordijn van regen aan weerzijden van de snelweg. Als in een waas rijd ik door. Geen idee waar de weg naartoe gaat. Ik ken het hier niet. Moet [...]